Menu Sluiten

Intra-uteriene anticonceptie: baarmoederperforatie – bijgewerkte informatie over risicofactoren

Voordat een intra-uterien systeem (IUS) of intra-uterien apparaat (IUD) wordt ingebracht, moet u vrouwen informeren dat perforatie bij minder dan 1 op de 1.000 vrouwen voorkomt en dat de symptomen onder meer zijn:

  • hevige bekkenpijn na het inbrengen (erger dan menstruatiekrampen)
  • pijn of hevige bloeding na het inbrengen die langer dan een paar weken aanhoudt
  • plotselinge veranderingen in de menstruatie
  • pijn bij het vrijen
  • het niet kunnen voelen van de draadjes

Leg vrouwen uit hoe ze hun draadjes kunnen controleren en zeg dat ze terug moeten komen voor een controle-als ze de draadjes niet kunnen voelen (vooral als ze ook veel pijn hebben). Er kan sprake zijn van gedeeltelijke perforatie, zelfs als de draadjes nog te zien zijn; overweeg dit als er ernstige pijn optreedt na het inbrengen.

Intra-uteriene anticonceptie omvat levonorgestrelerende spiraaltjes en koperen spiraaltjes.

IUS’en zijn toegelaten voor verschillende gynaecologische aandoeningen, waaronder:

  • langdurige anticonceptie (Jaydess, Levosert, Mirena)
  • zwaar menstrueel bloedverlies (Levosert, Mirena)
  • bescherming tegen endometriumhyperplasie tijdens oestrogeenvervangingstherapie (Mirena)

IUD’s worden gebruikt voor langdurige anticonceptie.

Gebruik van intra-uteriene anticonceptie kan zelden leiden tot uterusperforatie. Perforatie treedt meestal op tijdens het inbrengen, maar wordt soms pas enige tijd later ontdekt. We hebben 114 Yellow Card-meldingen ontvangen van baarmoederperforatie en 22 meldingen van hulpmiddelen die ingebed zijn geraakt in de baarmoeder, baarmoederhals of andere lokale weefsels in verband met het gebruik van levonorgestrel-releasing IUSs tot 12 februari 2015.

EURAS-IUD-studie

De European Active Surveillance Study for Intrauterine Devices (EURAS-IUD) was een observationele studie waarin het risico op baarmoederperforatie bij intra-uteriene anticonceptie werd onderzocht. The study followed 43,078 women who used levonorgestrel-releasing IUSs and 18,370 women who used copper IUDs.

Results

The risk of perforation was increased in the following instances (see table):

  • in women who were lactating (compared with women not lactating) at the time of insertion
  • when the IUS or IUD was inserted up to 36 weeks (compared with more than 36 weeks) after giving birth

These risk factors were independent of the type of intrauterine contraception inserted.

Table: Incidence of perforation per 1,000 insertions for the entire study cohort (IUS and IUD), stratified by lactation and time since delivery at insertion

Lactating at time of insertion Not lactating at time of insertion
Insertion ≤36 weeks after delivery 5.6 (95% CI 3.9-7.9; n=6047 insertions) 1.7 (95% CI 0.8-3.1; n=5927 insertions)
Insertion >36 weeks after delivery 1.6 (95% CI 0.0-9.1; n=608 insertions) 0.7 (95% CI 0.5-1.1; n=41,910 insertions)

CI: confidence interval, IUS: levonorgestrel-releasing intrauterine system, IUD: copper intrauterine device, n: number

Benefits still outweigh the risk

The benefits of intrauterine contraception still strongly outweigh the rare risk of perforation for most women, including those who are lactating or have recently given birth. Therefore we have not put in place any new restrictions on use of intrauterine contraception based on the study findings. De samenvattingen van productkenmerken en bijsluiters voor patiënten zijn bijgewerkt met de informatie in dit artikel.

Volgende informatie

Brief verzonden naar zorgverleners in juni 2015

Artikelcitaat: Drug Safety Update jaargang 8 nummer 11 juni 2015: 3.

  1. Heinemann K e.a.. ‘Risk of uterine perforation with levonorgestrel-releasing and copper intrauterine devices in the European Active Surveillance Study on Intrauterine Devices’ Contraception 2015: Volume 91, Issue 4, pages 274-279 (bekeken op 25 juni 2015)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *