Menu Sluiten

Vrouwen in de wereldgeschiedenis : MODULE 6

Wat is de taal van de verovering? Welke taal spreken mensen wanneer ze strijden om land en autonomie, of bijeenkomen om te onderhandelen? Tijdens de verovering van Mexico werden het Spaans en het Nahuatl – de moedertalen van de conquistadores en de Mexicanen – steeds machtiger. Maya, Otomí en honderden andere talen werden in het begin van de 16e eeuw in Meso-Amerika gesproken. Toch verstond Hernán Cortés alleen Spaans. Wanneer hij inheemse bondgenoten ontmoette of vijanden confronteerde, wanneer hij zijn mannen om voedsel vroeg of aanwijzingen zocht over bergachtig terrein, was hij aangewezen op gevaarlijke en delicate vertalingen. In het begin werd Spaans vertaald naar Maya en dan naar Nahuatl, later werd het van Nahuatl naar Spaans of omgekeerd. Van 1519 tot 1526 vertrouwde Cortés op de vertalingen en de raad van een vrouw, en zij reisde aan zijn zijde door Mexico. Haar naam was doña Marina in het Spaans, Malintzin in het Nahuatl. Tegenwoordig wordt ze vaak Malinche genoemd.

Doña Marina’s Biografie
In 1519, kort nadat Cortés aan de Golfkust van Mexico was aangekomen, was deze jonge vrouw een van de 20 slavinnen die door een Maya-heer aan de Spaanse conquistadores werd aangeboden. Ze werd Marina gedoopt en onderscheidde zich op buitengewone manieren. Ze werd een belangrijke schakel in de logistieke ambities en politieke inspanningen van de Spanjaarden. Ze diende als vertaalster, onderhandelaar en cultureel bemiddelaar. Ze was ook de concubine van Cortés en baarde hun zoon, Martín. In 1524 trouwde ze met de conquistador Juan de Jaramillo, en werd opnieuw moeder, dit keer van een dochter, María.

De dagelijkse patronen van het leven van doña Marina zijn niet goed gedocumenteerd. Als kind kreeg ze misschien formeel onderwijs, maar ze werd ook in de steek gelaten en tot slaaf gemaakt. En ondanks alle respect die de titel ‘doña’ en het eerbiedige achtervoegsel ‘-tzin’ (in Malintzin) met zich meebrengen, heeft ze moeilijke dagen doorstaan. Ze overleefde de slachting onder de inheemse bevolking bij Cholula, de verovering van Tenochtitlan, een slopende mars met Cortés en zijn mannen naar Honduras en terug. Ze was getuige van de dood van honderden en baarde de kinderen van twee Spaanse mannen. Wat ook haar vermogen was om met culturele verschillen om te gaan, ze stierf als jonge vrouw, in of voor 1527, en waarschijnlijk niet ouder dan 25 jaar.

16e-eeuwse bronnen-Doña Marina en Malintzin
Zoals bij zoveel vrouwen uit het verleden, zijn er geen echte woorden van doña Marina bewaard gebleven, hoewel beschrijvingen geschreven door conquistadores die haar kenden en op haar vertrouwden, haar taalkundige capaciteiten benadrukken. Bernal Díaz del Castillo, die met Cortés marcheerde, beweert dat ze mooi en intelligent was, ze kon Nahuatl en Maya spreken. Zonder haar, zegt hij, hadden de Spanjaarden de taal van Mexico niet kunnen begrijpen. Het verslag van Díaz is het meest genereuze van alle veroveraars, maar het werd tientallen jaren na de verovering geschreven – zijn ooggetuigenverslag gefilterd door het geheugen. Daarentegen noemt de veroveraar die deze vrouw het beste kende, Hernán Cortés, doña Marina slechts twee keer in zijn brieven aan de koning van Spanje. Haar optreden in de Tweede Brief is de beroemdste geworden. Daarin beschrijft hij haar niet bij naam maar als “la lengua…que es una India desta tierra” (de tong, de vertaalster…die een Indiaanse vrouw van dit land is).

Indiaanse bronnen uit de 16e eeuw geven een beeld van Malintzin aan de hand van haar daden. De Florentijnse Codex, een van de meest uitgebreide Nahuatl-beschrijvingen van de verovering, zinspeelt op de moed van Malintzin – zoals wanneer zij vanaf het dak van een paleis spreekt en de Spanjaarden opdracht geeft voedsel te brengen, of op andere momenten goud. In visuele beelden verschijnt Malintzin als een goed geklede jonge vrouw, vaak staande tussen mannen die communiceren en onderhandelen via haar meertalige vaardigheden. Scènes uit de Lienzo de Tlaxcala, nu nog slechts fragmenten uit een groter geheel van afbeeldingen, zijn gebaseerd op schildertechnieken en -conventies van voor de verovering. Net als Malintzin zelf bevindt de Lienzo zich in een wereld van inheemse, voor de verovering gebruikte technieken en Europese interventie. Inheemse schilderijen van Malintzin uit de 16e eeuw dragen niet de handtekening van de maker, en vele dateren van na haar dood. Of zij deze afbeeldingen zou hebben goedgekeurd, kunnen we niet zeggen. Omdat er zo weinig vrouwen voorkomen in inheemse voorstellingen van de verovering, bevestigt haar herhaalde verschijning dat de Nahuas, en niet alleen de Spanjaarden, haar belang erkenden.

Nieuwe bronnen-Malinche, Doña Marina, Malintzin
Sinds de 16e eeuw is de reputatie van Doña Marina noch statisch, noch vaststaand gebleven. Sommigen hebben haar veroordeeld als verrader en collaborateur omdat ze de Spanjaarden hielp en zo de ondergang van het inheemse Mexico en de opkomst van de buitenlandse overheersing bespoedigde. Voor anderen was zij de volmaakte strateeg. Als slavin aan Cortés overgedragen en gedwongen om aan zijn zijde te reizen, wat waren haar overlevingskansen als ze niet zou vertalen, als ze zijn kind niet zou baren? En omdat zij Cortés een zoon baarde, wordt doña Marina beschouwd als de moeder van de eerste Mexicaanse mestizo. Hun kind kan niet het eerste zijn geweest, maar haar verbintenis met Cortés – letterlijk en figuurlijk – bindt haar onlosmakelijk met de geschiedenis van de mestizaje.

Vele Mexicaanse teksten en beelden spreken over deze tegenstrijdige opvattingen. Twee bekende werken uit het midden van de 20ste eeuw zijn het schilderij El sueño de la Malinche (“De droom van Malinche”) van Antonio Ruiz en het essay van Octavio Paz, “De zonen van Malinche”, waarin hij doña Marina hekelt als de geschonden moeder van de Mexicaanse natie.

Meer recent, aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig, begonnen schrijvers, kunstenaars en activisten van de Chicana het verhaal van Malinche opnieuw te doordenken. In de 16de-eeuwse bronnen vonden zij geen slachtoffer of verrader, maar de kracht van een overlever. Malinche koos niet voor haar lot, maar ze stortte ook niet in bij tegenslag. Gedichten van Adaljiza Sosa-Ridell en Carmen Tafolla onderzoeken Malinche’s lot en haar vermogen om te onderhandelen over moeilijke en concurrerende culturele eisen. Hun verhalen gaan ook over het geweld van kolonisatie – in de geschiedenis, in Mexico en in de Verenigde Staten. De geschiedenissen die zij vertellen zijn geschiedenissen van inheemse en Chicana-vrouwen, maar ook van verschuivende politieke grenzen.

Het geweld van de Spaanse verovering en de dilemma’s die dat opriep, duren voort in het heden. Hieraan worden we herinnerd wanneer we twee hedendaagse kunstwerken vergelijken: La Malinche, door Santa Barraza en Jimmie Durham’s Malinche. Het eerste, dat de mooie, levengevende Malintzin uitbeeldt, is een piepklein beeldje bewerkt op metaal, dat doet denken aan ex-voto en andere devotiebeelden uit Mexico. Hoewel het de gruwelen van de christelijke verovering niet ontkent, schildert het een wereld waarin schoonheid en geweld naast elkaar bestaan. Jimmie Durham’s beeldhouwwerk daarentegen benadrukt de donkere keerzijde van Malinche’s geschiedenis. Er is niets verlossends in Durhams visioen – Malinche mag dan juwelen dragen en veren in haar haar, maar er komt geen schoonheid aan de oppervlakte, er ontstaat geen hoop.

Is een van deze beelden minder “waar” dan de doña Marina uit Díaz del Castillo’s nostalgische herinneringen of de Malintzin die door Nahua-geschriften in de Florentijnse Codex wordt beschreven? Dat is één vraag die door deze verzameling bronnen wordt gesteld. Een tweede vraag die ze oproepen: heeft de geschiedenis van een individueel leven een einde? Door te suggereren hoe het leven van één vrouw vorm kreeg en vervolgens in de loop van de 20e eeuw een nieuwe vorm kreeg, door het hiernamaals van Malinche in kaart te brengen, impliceren deze bronnen dat de geschiedenis het meest levendig is wanneer zij niet tracht individuen op slechts één moment in het verleden te begrijpen. Om de taal van de verovering te begrijpen, zou het dus nodig kunnen zijn te onderzoeken hoe de levenden zich de overledenen herinneren en hoe oude getuigenissen het heden beïnvloeden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *